Tuin

In de tuin van Dorth wordt alleen op ecologische wijze getuinierd. Dat wil zeggen dat er geen kunstmest en bestrijdingsmiddelen worden gebruikt. Wie verliefd is op het leven gunt een ieder het leven... zo ook aan de dieren... ook al veroorzaakt het op enig moment ‘hinder’. Zo mag de mol molshopen maken in het gazon. De konijnen, vossen en reeën hebben vrije toegang tot de tuin. Er is geen hek of schutting die ze tegenhoudt. Luizen en andere ‘lastige’ insecten worden in toom gehouden door de vele andere insecten en vogels die een gezond ecosysteem met zich meebrengt.

Rondom en op het perceel zijn inheemse bomen en struiken geplant. Eiken, Berken, Beuken, Lindes, Kastanjes, Walnoten, Hulstbomen, Lariksen, Wilgen en Taxus, maar ook Lijsterbes, Gelderse Roos, Egelantier, Kardinaalsmuts, Hazelaar, Meidoorn, Sleedoorn, Vlier, Spaanse aak, en Liguster omheinen de tuin en bieden beschutting aan mens en dier.

Een van de twee boomgaarden waarin we appel, kers, peer en pruim vinden wordt omgeven door een haag van appelbes. Appelbes wordt tegenwoordig gezien als een superfood.

Daarnaast zijn er ook niet inheemse bomen geplant vanwege hun bijzondere bast, bladvorm, bloeiwijze, vruchten of herfstkleur. Magnolia, de Slaapboom (Albizia), de Amberboom (Liquidambar), Gele Zeepboom (Koelreuteria) , Tibetaanse sierkers (Prunus serrulata), Vaantjesboom (Davidia involucrata) en de papieresdoorn (Acer griseum) vormen de ruggegraat van de tuin.